VLOOIENBESTRIJDING De vlo en de feiten
De vlo leeft op de kat en de hond. Een vlo voedt zich met het bloed
van het huisdier. Na elke maaltijd begint het vlooienvrouwtje eitjes te
leggen. Dat doet ze in de vacht van het huisdier. Eitjes vallen uit de
vacht en komen in de omgeving terecht. Een vlooieneitje is grauw wit van
kleur. Met het blote oog nauwelijks te zien. Na een paar dagen komt er
een larfje uit het eitje. Een vlooienlarfje is 0,5 mm dun en 3 - 5 mm
lang. Wel zichtbaar dus. Toch worden ze nooit ontdekt. Larfjes zijn
lichtschuw en kruipen onmiddellijk weg in kieren en naden, onder
plinten, achter meubels en zelfs tot 7,5 mm diep in hoogpolig tapijt. Na
drie vervellingen spint het larfje een cocon om zich heen. In de cocon
verandert het in een pop. Poppen zijn "vlooien in ruste". Ze ontwaken
door trillingen die door de mens of dier worden veroorzaakt wanneer ze
door de huiskamer lopen! Blijven trillingen achterwege, dan houden
poppen zich rustig en blijven wel een jaar lang verstopt in hoeken,
kieren en naden. Er zijn nog geen middelen om de pop te bestrijden. Ze
moeten dus altijd éérst als volwassen vlooien uit hun schuilplaatsen te
voorschijn komen. Deze hongerige vlooien willen zo snel mogelijk aan hun
eerste "bloedmaaltijd" beginnen. Direct na het uitkomen, bespringen ze
dan ook onze huisdieren of onszelf. Dit is hèt moment om ze uit te
schakelen. Met het vlooienprobleem is het net als met een ijsberg.
Slechts 10% is zichtbaar aan het krabben van het huisdier, 90% van het
probleem bestaat uit eitjes en larfjes. Aan het oog ontrokken in naden
en kieren, kleden en in de vloerbedekking. De vloerbedekking de deur uit
doen en parket en plavuizen nemen? Dat maakt nauwelijks verschil. Het
larfje vindt altijd wel een kiertje. Bovendien worden parket en
plavuizen gedweild. Dat verhoogt de vochtigheidsgraag en de
vlooienlarfjes zijn daar juist blij mee.

Afbeelding: De vlooiencyclus
TEKENBESTRIJDING Wetenswaardigheden over teken
Teken zijn kleine, spinachtige parasieten, die bloed van gastheren
nodig hebben om te overleven. Het maakt de teek niet uit of hij bloed
drinkt van een mens, hond, kat of ander dier. Oppassen dus! Besmette
teken kunnen diverse ziekten overbrengen, zoals de ziekte van Lyme,
Babesiose of hersenvliesontsteking. Teken komen in Nederland overat
voor, met name in de bosrijke- en kustgebieden. Een teek ziet er
volgezogen uit als een klein leren zakje. De levenscyclus van een teek
duurt ongeveer 2 tot 3 jaar. In die periode ontwikkelen ze zich van
kleine larven tot nimfen en uiteindelijk volwassen teken. Voor iedere
fase van de cyclus heeft een teek een bloedmaaltijd nodig. Na bloed van
de gastheer gedronken te hebben laat een teek zich weer van het dier
vallen. Volgezogen kan een volwassen teek wel een centimeter groot
worden! Larven en nimfen drinken voornamelijk bloed van kleine
knaagdieren zoals muizen. De volwassen teken paren op grotere zoogdieren
zoals reeën en wilde zwijnen. Daar drinken de volwassen vrouwtjes een
bloedmaaltijd waarna ze zich op de grond laten vallen om daar hun eitjes
te leggen. Larven, nimfen en volwassen teken worden actief in maart en
blijven dat tot eind oktober. In het voor- en najaar, de vochtige
perioden, zijn ze het meest actief. 's Winters verkeren ze in rust.
Er zijn veel verschillende teken. In het algemeen gaat de cyclus als
volgt:
- De volwassen teken zuigen zich vol bloed en laten zich vallen in
de leefomgeving. Hier leggen ze 1000-3000 eitjes, waarin zich een
larfje ontwikkelt.
- Larven voeden zich op een gastheer (3-12 dagen) en laten zich
vallen in de leefomgeving. Hier vervellen ze tot nimfen.
- Nimfen voeden zich op een gastheer (3-10 dagen) en laten zich
vallen in de leefomgeving. Na een ruime rustperiode ontwikkelt de
nimf zich tot volwassen teek.
Voor de levenscyclus van een teek zijn drie verschillende gastheren
nodig. De meeste teken zijn niet diersoort specifiek en zuigen bloed bij
wilde zoogdieren, huisdieren en ook de mens.
Teken houden van schaduw en vocht. Ze zijn gevoelig voor zonlicht en
droogte. De teek verplaatst zich in het milieu nauwelijks. Ze kruipen
naar de toppen van gras en struiken en wachten hier op een slachtoffer
dat tegen ze aan loopt. De levenscyclus van een teek neemt 2-3 jaar in
beslag. Hiervan brengt de teek niet meer dan 3 weken door op drie
verschillende gastheren. Teken worden vooral aangetroffen in gemengde
loof- en naaldbossen, met een breed aanbod aan (bloed)gastheren.

Teken kunnen veel verschillende ziekten overbrengen. Echter de meeste
ziekten worden pas overgebracht na 24-36 uur bloedzuigen. Als het
huisdier beschermd wordt met een goed tekenmiddel en na een boswandeling
gecontroleerd wordt op teken is de kans op overdracht van een ziekte
door teken gering. Eventuele directe problemen die teken kunnen
opleveren zijn bijvoorbeeld bloedverlies en wondontstekingen in de huid.
Daarnaast ziet het er niet prettig uit en irriteren ze uw hond. Honden
kunnen via teken ook besmet worden met de ziekte van Lyme. De symptomen
beperken zich meestal tot lusteloosheid, koorts, gewrichtsproblemen en
soms in een later stadium nierproblemen. Gelukkig komt dit bij honden
niet vaak voor. Tot slot kunnen teken drager zijn van de Piroplasmose
parasiet, deze veroorzaakt de ziekte Babesiose. Dit is een voor de hond
levensgevaarlijke ziekte. Bij Babesiose worden de rode bloedlichaampjes
vernield en kunnen er symptomen optreden als bloedplassen, bloedarmoede,
geelzucht, nierbeschadiging en lusteloosheid. Ook hoge koorts wordt vaak
bij het ziektebeeld waargenomen. Babesiose komt vooral in het
Middellandse Zeegebied voor. Maar werd in 2004 ook in Nederland
gesignaleerd. Waarschijnlijk doordat overlevende teken op honden die mee
op vakantie zijn geweest hierheen zijn gebracht.
WORMENBESTRIJDING Het belang van regelmatig
ontwormen
Ondanks een goede hygiëne is meer dan de helft van alle honden en
katten besmet spoel- en/of lintwormen. Dit is beslist niet ongevaarlijk
voor de gezondheid van onze huisdieren. Bovendien kan de infectie op de
mens overgaan. Daarom is preventief ontwormen van groot belang.
Symptomen van een wormbesmetting
Bij volwassen dieren veroorzaakt een spoelwormbesmetting een verminderde
conditie (doffe vacht), darmproblemen als lichte diarree, braken en een
opgezette buik. Vooral pups en kittens zijn gevoelig voor een
spoelwormbesmetting, waardoor deze symptomen zich veel duidelijker
manifesteren en gepaard gaan kunnen gaan met bloedarmoede, vermagering
en zelfs sterfte. Uitgescheiden lintwormen of lintworm-eipakketjes
kunnen in de ontlasting of rond de anus worden waargenomen. Een
lintwormbesmetting geeft jeuk rond de anus, terwijl de eipakketjes als
onfris worden ervaren door de eigenaar.
Spoelwormen
Spoelwormen in de ontlasting herkennen we aan de vermicelli-achtige
vorm. De 'echte spoelworm' van de hond en kat (Toxocara) komt het meeste
voor. Hij is belangrijk om te bestrijden vanwege de schade die in het
lichaam wordt aangericht en vanwege de grote besmettelijkheid voor pups
en kittens. Volwassen spoelwormen in de darm van de hond of de kat
scheiden dagelijks grote hoeveelheden eitjes uit. Deze spoelwormeitjes
blijven voor mens en dier jarenlang besmettelijk. Na opname van de
infectieuze eitjes door een hond of een kat, komen hier larven uit. De
larven maken een trektocht door het lichaam, waarna ze of weer in de
darmen terechtkomen en uitgroeien tot volwassen wormen die eitjes
produceren (bij de kat en jonge hond), of zich via het lichaam
verspreiden (bij de volwassen hond) in een zogenaamde rustfase. Wanneer
een teef of poes drachtig wordt, worden deze `rustende' larven weer
geactiveerd en besmetten pups en kittens na de geboorte via de
moedermelk besmet. Daarom wordt aangenomen dat alle pups en de meeste
kittens een spoelwormbesmetting hebben. Deze jonge dieren kunnen
hierdoor snel, soms blijvende, schade oplopen.

Afbeelding: roxocara canís
Haakwormen (Ancylostomidae) en zweepwormen (Trichurata) zijn
spoelwormsoorten die in Nederland nauwelijks voorkomen. In kennels
worden ze wel eens gesignaleerd. De spoelwormeitjes die worden
uitgescheiden door een besmette hond of kat, bevuilen de woonomgeving
van de mens (tuinen, zandbakken en parken). Ook de mens kan besmet
worden, met name kinderen zijn gevoelig. Na besmetting kunnen er geen
volwassen wormen uitgroeien, maar de larven kunnen wel lichamelijke
klachten veroorzaken, in uitzonderlijke gevallen zelfs blindheid. Een
optimale ontworming van hond en kat in combinatie met een goede hygiëne
is dus een must. Het direct opruimen van ontlasting, zorgen voor een
schone kattenbak en regelmatig handen wassen en behoeven geen betoog.
Lintwormen
De bij de hond en kat in Nederland aanwezige lintwormen (Dipylidium)
worden overgebracht door vlooien. Ze zijn te herkennen in de ontlasting
of rond de anus van het huisdier als `rijstkorreltjes' of `maden'. Dit
zijn segmenten van de lintworm waarin zich de eitjes bevinden. Als de
eitjes rijp zijn, laat de aan de darmwand vastgezogen lintworm deze
segmenten los en komen met de ontlasting naar buiten. Vlooien voeden
zich onder andere met lintworm-eitjes. Een hond of kat besmet zichzelf
door oplikken van besmette vlooien.

Afbeelding: Dipylidíum |